GASTROGUIDE studie

Vroege opsporing van peritoneale metastasen bij maagkanker

GASTROGUIDE is een prospectief multicenteronderzoek naar de diagnostische waarde van tumorgeleide cel-vrij DNA-analyse (cftDNA) in peritoneaal vocht bij patiënten met maagkanker.

Achtergrond

Van de patiënten met maagkanker heeft 30% peritoneale metastasen bij diagnose. Dit gaat gepaard met een slechte prognose, met een mediane overleving van 9–10 maanden. Vroege detectie van peritoneale metastasen is daarom essentieel voor een individueel behandelplan, maar wordt bemoeilijkt door de beperkte sensitiviteit van de huidige beeldvorming. Conventionele cytologische analyse van peritoneaal vocht bij patiënten met maagkanker heeft een lage sensitiviteit (12–67%), wat resulteert in frequente vals-negatieve resultaten. Daarom is er behoefte aan een nauwkeurige methode om peritoneale verspreiding vroegtijdig te detecteren.

Een alternatieve benadering voor het opsporen van peritoneale uitzaaiingen is analyse van cftDNA in buik(spoel)vocht dat tijdens diagnostische laparoscopie wordt verkregen. Eerdere studies toonden aan dat cftDNA detecteerbaar is in peritoneaal vocht bij verschillende soorten kanker, en gevoeliger was dan conventionele cytologie voor de detectie van peritoneale metastasen.

Om dit verder te onderzoeken, is er een proof-of-principle-studie uitgevoerd binnen het NKI-AvL naar de haalbaarheid van tumour-guided cfDNA-detectie in peritoneaal vocht van patiënten met maagkanker. Hieruit bleek tumorgeleide cftDNA-detectie in buik(spoel)vocht van patiënten met maagkanker haalbaar, met een hogere sensitiviteit dan conventionele cytologie voor het opsporen van peritoneale ziekte (91% versus 64%). Opvallend was dat twee patiënten bij wie geen peritoneale ziekte ten tijde van de diagnostische laparoscopie werd gezien en de conventionele cytologie van het buik(spoel)vocht tumor-negatief was, maar bij wie wel cftDNA in het spoelvocht werd gedetecteerd, binnen zes maanden alsnog peritoneale metastasen ontwikkelden. Deze bevinding suggereert dat de detectie van cftDNA in het buik(spoel)vocht het ontstaan van peritoneale metastasering kan voorspellen.

Rollen en verantwoordelijkheden

Chirurg / OK-team

  • Patiënt identificeren, informeren en includeren vóór laparoscopie
  • Laparoscopie + afname peritoneaal vocht, correct gelabeld
  • FFPE-blok opvragen bij ander centrum (indien van toepassing)
  • Ascites, spoelvocht en biopten per locatie apart insturen
Kijkoperatie (laparoscopie)

Lokaal pathologielab

  • Ontvangst, registratie & routinediagnostiek
  • Scheiding van pellet en supernatant
  • Opslag studiemateriaal + FFPE-blok
  • Verzending in batches naar centraal lab
Laboratorium sample-verwerking

Centraal lab (NKI-AvL)

  • Ontvangst, registratie & archivering
  • Centrale moleculaire analyses
  • Terugkoppeling logistieke of kwaliteitsproblemen
Laboratoriumverwerking

Patiënten

Inclusiecriteria

Patiënten met een histologisch bewezen adenocarcinoom van de maag of slokdarmmaagovergang die een diagnostische laparoscopie ondergaan ter stadiëring, of een primaire resectie met curatieve intentie.

Maagkanker illustratie

Exclusiecriteria

Patiënten met afstandsmetastasen en afwezigheid van de primaire tumor.

Uitzaaiingen in de lever

Patiëntroute: van diagnose tot follow-up

Flowchart patiëntroute: diagnose, DLS, M1/M0 ziekte, follow-up

Chirurgie

Afname peritoneaal vocht (OK-protocol)

Benodigdheden

  • Steriel PA-potje 100 ml
  • Uitzuigcatheter Ch. 14
  • Spuit 50 ml Luer-lock
  • 500 ml NaCl 0,9%

Werkwijze

  • Inspectie buik (patiënt neutraal)
  • Ascites verzamelen
  • Lavage linkerbovenbuik (anti-Trendelenburg) en kleine bekken (Trendelenburg)
  • Spoel met 100 cc 0,9% NaCl, laat 20 seconden inwerken
  • Neem biopten indien geïndiceerd
  • Documenteer de PCI-score

Volume

  • Streef naar 50cc vocht per afname locatie (linkerbovenbuik en kleine bekken)
  • Minimaal 20cc vocht per afname locatie

Operatie

Gebruik voor het operatieverslag van de stageringslaparoscopie het standaardtemplate: Template operatieverslag DLS (Word).

Peritoneal Cancer Index (PCI) scoreformulier

Pathologie

Afname en verwerking

1. Voorbereiden

  • Gekoeld bewaren (ijs of 4°C)
  • Centrifugeren op 4°C
  • Registreren: afname- en ontvangsttijd, volumes, centrifugetijd, verwerker

2. Centrifugeren

  • Overbrengen naar 15/50 ml Falcon-tube
  • 5 min centrifuge op 300 × g
  • Op dezelfde stand als bij routine cytologie

3. Scheiden

  • Pellet: routine cytologie (indien voldoende ook voor GASTROGUIDE)
  • Supernatant: voor GASTROGUIDE
  • Voorzichtig afpipetteren zonder pellet te verstoren
  • Labelen: studie-ID, centrum, materiaal, locatie, datum, aliquotnummer

4. Opslaan

  • Na koeling zo snel mogelijk invriezen
  • Voorkeur −80°C (minimaal −20°C)
  • Aliquoteren bij voorkeur in 15 ml tubes
  • Registreren: volume, aantal aliquots, temperatuur, vriezerlocatie

Volume

VolumeActie
<10 mLVolledig gebruiken voor routine cytologie; supernatant na bewerking bewaren voor GASTROGUIDE indien mogelijk
10–19 mLIn principe volledig voor routine cytologie; supernatant na bewerking bewaren voor GASTROGUIDE
20–29 mLVooraf verdelen: 10 mL voor routine cytologie, 10 mL voor GASTROGUIDE (pellet en supernatant)
≥30 mLVooraf verdelen: 10 mL voor routine cytologie, overige mL voor GASTROGUIDE (pellet en supernatant)

Volgende: Deelnemende centra →